22 september 2026 · 5 minuten lezen
Een slinger van oud inpakpapier die scheef mag zijn
Van restjes inpakpapier en tijdschriften maak je in een half uur een slinger. Vouw de vlaggetjes over het touw en niet eraan, en laat het sjabloon in de lade.
Een zelfgemaakte dobbelsteen is bijna altijd scheef. Met een kruismodel van zes vierkanten van drie centimeter en zestig testworpen kom je een heel eind.
· 5 minuten lezen · door Serge Lafort
Een dobbelsteen zelf maken is een klusje van twintig minuten, en het is een van de weinige knutselwerkjes waarbij het resultaat meteen gebruikt wordt. Toch beginnen wij er nooit aan met de gedachte dat het vanzelf goed komt. Bijna elke zelfgemaakte dobbelsteen is scheef. Niet een beetje scheef op een manier die alleen een natuurkundige merkt, maar zo scheef dat er in een gewoon spelletje te vaak hetzelfde getal boven komt. En kinderen hebben dat sneller door dan volwassenen denken.
Dat komt doordat kinderen veel meer rollen dan wij. In een half uur ganzenbord gaat een steen tientallen keren over tafel, en een speler van een jaar of zeven houdt zonder enige moeite bij dat de zes er vanavond wel erg vaak uitkwam. Volwassenen schuiven zoiets weg als toeval; kinderen noemen het gewoon. Wie een dobbelsteen maakt met de bedoeling dat er daarna echt mee gespeeld wordt, kan er dus maar beter van uitgaan dat hij getest gaat worden.
Het model dat het beste werkt, is een kruis. Je tekent op karton een verticale rij van vier vierkanten onder elkaar, en daarnaast nog twee vierkanten links en rechts van het tweede vierkant van boven. Samen zijn dat er zes, in de vorm van een liggend kruis. Houd de zijde op drie centimeter. Kleiner wordt lastig vouwen en de vouwlijn gaat dan een groter deel van het vlak innemen, groter maakt de steen licht in verhouding tot zijn formaat en dan stuitert hij van tafel.
Aan vijf van de buitenranden komen plakflappen van ongeveer zeven millimeter. Welke randen dat precies zijn, merk je vanzelf als je het kruis een keer droog in elkaar houdt zonder lijm: overal waar twee vlakken elkaar straks raken, moet aan één van de twee kanten een flap zitten. Maak ze niet breder dan die zeven millimeter, want elke flap zit straks binnenin de steen en telt mee als gewicht.
Hier zit het echte werk, en het is het saaie deel. Teken het kruis niet vierkant voor vierkant, maar zet eerst met een liniaal de hele rij lijnen uit op drie, zes, negen en twaalf centimeter, en doe hetzelfde in de andere richting. Als je elk vierkant apart afmeet, stapelen kleine afwijkingen zich op, en een millimeter op drie centimeter is al ruim drie procent. Gebruik een scherp potlood, want de lijn van een dikke stift is zelf al een halve millimeter breed en dan weet je niet meer of je erop of ernaast knipt.
Wij vinden versieren daarom minder belangrijk dan meten, en dat is een impopulair standpunt aan een knutseltafel. Een steen met wat scheve zwarte stippen die eerlijk rolt, is een beter speelstuk dan een prachtig beschilderde kubus waar de vier nooit uitkomt. Als je toch wilt versieren, doe het dan licht en aan alle kanten hetzelfde. Een dikke klodder verf of een sticker op één vlak verplaatst het zwaartepunt precies de kant op die je niet wilt.
Het eerste is het karton zelf, of eigenlijk de plakflappen. Die zitten allemaal aan de binnenkant, en ze zitten niet gelijkmatig verdeeld: sommige vlakken hebben aan twee randen een flap tegen zich aan liggen, andere aan geen enkele. Daarmee is de ene wand dikker en zwaarder dan de andere. Je lost dat niet helemaal op, maar je beperkt het door de flappen klein te houden en ze niet allemaal aan dezelfde drie randen van het kruis te zetten. Verdeel ze zo goed als het model toelaat.
Het tweede is een holle zijde. Als je vouwt zonder de lijn eerst te rillen, buigt het karton over een brede boog in plaats van over een scherpe lijn, en dan komt het vlak licht naar binnen te staan. Zo'n hol vlak ligt onstabiel op tafel en de steen kantelt er makkelijker af, wat betekent dat het tegenoverliggende getal juist te vaak boven blijft liggen. Rillen doe je door met de achterkant van een bot mes of een lege balpen langs de liniaal over de vouwlijn te drukken, één keer, met vaste hand. Daarna vouw je en houd je de vouw een paar seconden dicht.
Het derde is lijm. Te veel lijm aan één kant droogt op tot een harde rand die zwaarder is dan de rest, en bij vloeibare lijm trekt het karton er bovendien krom van. Een dunne, uitgestreken laag op elke flap is genoeg. Wie het netjes wil doen, telt hoeveel lijm er ongeveer op de eerste flap gaat en houdt dat bij de andere vier aan.
Dan de nummering, en dat is geen versiering. Op het kruis werkt het zo: van de verticale rij van vier krijgt het bovenste vierkant de één en het derde van boven de zes, want die twee komen na het vouwen tegenover elkaar te liggen. Het tweede vierkant van boven krijgt de twee en het onderste de vijf. De twee zijvlakken links en rechts krijgen de drie en de vier. Elk paar tegenover elkaar telt dan op tot zeven.
Die regel bestaat omdat een dobbelsteen drie assen heeft, en over elke as moet het gewicht gelijk verdeeld zijn. Bij een gewone dobbelsteen zijn de ogen uitgeboord, dus er wordt materiaal weggehaald; met één tegenover zes verdwijnt er over elke as evenveel. Bij een kartonnen steen met getekende stippen gaat het om inkt en dus om weinig gewicht, dat geven wij eerlijk toe. Maar de regel kost je niets, hij maakt de steen herkenbaar voor iedereen die wel eens gedobbeld heeft, en hij zorgt ervoor dat je bij elke as dezelfde verdeling hebt. Er is geen enkele reden om het anders te doen.
Als de lijm droog is, test je hem. Rol zestig keer en houd bij welk getal er bovenkomt. Bij zestig worpen mag je van elk getal ongeveer tien keer verwachten, en met een beetje toeval schommelt dat tussen de zes en de veertien. Komt één getal er meer dan vijftien keer uit, dan gaan wij ervan uit dat de steen scheef is en niet dat je een gelukkige avond had. Het turven is prima werk voor een kind van een jaar of acht en het duurt bij elkaar een minuut of tien.
Valt de test slecht uit, kijk dan eerst naar het vlak dat tegenover het te vaak gegooide getal ligt. Negen van de tien keer is dat het holle of het slecht gevouwen vlak. Soms kun je het van binnenuit nog wat rechtdrukken, vaak niet. Dat is dan zo. Een kartonnen dobbelsteen is sowieso geen eeuwig speelstuk: de hoeken slijten af en na een week fanatiek spelen rolt hij anders dan op de eerste dag. Voor een zelfgemaakt bordspel op zolder is dat geen probleem. Gaat het om een spel waarin het er echt om spant, dan is een gewone plastic dobbelsteen eerlijker, en dat mag je tegen je kinderen ook gewoon zeggen.
22 september 2026 · 5 minuten lezen
Van restjes inpakpapier en tijdschriften maak je in een half uur een slinger. Vouw de vlaggetjes over het touw en niet eraan, en laat het sjabloon in de lade.
15 september 2026 · 5 minuten lezen
Zo maak je van een schoenendoos een schatkist met een bol deksel, een touwsluiting en een slotje. Het scharnier zit aan de binnenkant, en dat is het belangrijkste deel.
8 september 2026 · 5 minuten lezen
Hoe je met een touwtje en een groot vel papier een ganzenbord van vijfendertig vakjes maakt, en waarom de kinderen de bijzondere vakjes moeten bedenken.
29 augustus 2026 · 5 minuten lezen
Een memoryspel van eigen foto's maak je op één avond. Acht paren is genoeg, zes bij zes centimeter is de goede maat en de achterkanten moeten identiek zijn.
29 augustus 2026 · 5 minuten lezen
Op een regendag is er zelden niets te doen. Het probleem is dat jij moet kiezen op het moment dat je geen ruimte hebt. Dat los je van tevoren op.
29 augustus 2026 · 6 minuten lezen
Een piratenmiddag van ongeveer twee uur voor kinderen van vier tot acht, met tijden per onderdeel en een schatzoektocht als hoogtepunt.