3 november 2026 · 5 minuten lezen
Vijftig blanco kaartjes en drie spellen voor dezelfde middag
Hoe je van een paar platen karton vijftig gelijke kaartjes van zes bij negen centimeter snijdt, en welke drie spellen je er meteen mee speelt.
Een gevouwen bord scheurt binnen een jaar op de vouwlijnen. Zo maak je er een van zeventig bij zeventig centimeter dat je oprolt en dat jaren meegaat.
· 5 minuten lezen · door Serge Lafort
Een zelfgemaakt spelbord sneuvelt bijna nooit in het midden van een vak. Het sneuvelt op de vouw. Je vouwt het na het spelen dubbel, de keer daarna nog eens dwars, en na een stuk of twintig potjes zit er een witte streep door het papier waar de vezels gebroken zijn. Nog een paar maanden later scheurt het daar in, meestal precies op het moment dat iemand zijn pion over de vouw heen wil zetten. Wij vinden vouwen daarom geen goed idee bij papier dat je zelf beschildert of betekent. Rol het op.
Dat is geen nieuw inzicht. Oude bordspellen uit de negentiende eeuw werden op linnen gedrukt, of op papier dat op linnen was geplakt, en dat deden ze omdat een vouwlijn in papier een breuklijn is en een vouwlijn in textiel niet. Je kon zo'n ganzenbord honderd keer opvouwen zonder dat er iets scheurde. Linnen heb je waarschijnlijk niet liggen, maar het principe eromheen kun je wel overnemen: zorg dat het materiaal nooit een scherpe knik krijgt. Een rol heeft geen knikken.
Het beste uitgangsmateriaal is een restant behang. In bijna elk huis waar ooit behangen is, ligt nog een halve rol in de meterkast, en behang is precies gemaakt om opgerold te worden zonder te breken. Het is dikker dan gewoon tekenpapier, het kan tegen een beetje vocht en het is al krom in de goede richting. Heb je geen behang, dan is stevig pakpapier het alternatief. Let er dan op dat je het zware bruine soort neemt en niet het dunne cadeaupapier met glitter erop; dat laatste scheurt al als je er met een pionnetje overheen schuift.
Vouw het dus niet om het op maat te krijgen, maar knip of snijd het. Een vouw gebruiken als snijlijn is verleidelijk, alleen blijft die lijn zichtbaar en zwak, ook nadat je het randje eraf hebt gehaald.
Wij houden het op ongeveer zeventig bij zeventig centimeter. Dat is niet willekeurig. Bij die maat kunnen vier kinderen eromheen zitten en kan ieder van hen nog bij de overkant van het bord, ook een kind van zes met korte armen. Kleiner dan zestig centimeter wordt het dringen zodra er vier paar handen boven hangen, en groter dan tachtig centimeter betekent dat de kinderen die tegenover elkaar zitten, moeten opstaan om hun pion te verzetten. Dat klinkt als een detail, maar het is het verschil tussen een spel dat blijft lopen en een spel waarbij om de beurt iemand half over het bord ligt en er een beker omgaat.
Vierkant werkt bovendien prettiger dan langwerpig, omdat niemand aan een korte kant zit en zich daardoor buitengesloten voelt. Teken je vakjes het liefst in een lus langs de rand en houd het midden leeg voor de kaartenstapel en de dobbelsteen. Wie met vier spelers speelt, heeft ongeveer veertig tot vijftig vakjes nodig om een potje van een minuut of twintig te krijgen; meer vakjes betekent vooral dat de laatste ronde eindeloos duurt.
Hier gaat het vaakst mis. Viltstift op behang of pakpapier voelt na twee minuten droog aan, maar de inkt zit nog niet in het papier vast. Plak je er dan plakband of folie overheen, dan lost het oplosmiddel in de lijm de stift weer op en loopt je zwarte lijn uit tot een vieze grijze veeg. Bij rood en paars zie je dat het sterkst. Laat je bord daarom minstens een paar uur liggen voordat je er iets overheen doet, en als je dikke stiften hebt gebruikt liever een hele nacht. Teken het bord op woensdagmiddag en werk het donderdag pas af.
Potlood en kleurpotlood geven dit probleem niet. Als je met jonge kinderen tekent en je wilt dezelfde dag nog spelen, is kleurpotlood dus de veiligere keuze.
Een spelbord waar ranja overheen kan gaan zonder dat het papier gaat golven, haal je het vaakst tevoorschijn. Er zijn twee manieren die werken. De eenvoudigste is brede transparante plakband: je plakt banen van boven naar beneden over het hele bord, waarbij je elke volgende baan een halve centimeter over de vorige heen legt. Begin in het midden en werk naar de randen, dan duw je de lucht naar buiten in plaats van naar binnen. Trek de band niet strak, want dan trek je het papier scheef en krijg je bobbels zodra je loslaat.
De nettere manier is zelfklevende boekfolie, hetzelfde spul waarmee schoolboeken gekaft worden. Dat dekt in één keer een veel groter oppervlak en geeft geen naden. Het vraagt wel twee paar handen: één persoon trekt het beschermpapier er geleidelijk af, de ander strijkt met een vlakke hand of een stuk karton van het midden naar de rand. Houd aan alle kanten twee centimeter over en vouw die om naar de achterkant, dan kan er bij de randen geen vocht onder kruipen. Luchtbellen die toch blijven zitten, prik je met een speldje door en strijk je daarna plat.
Nu het onderdeel dat de meeste mensen verkeerd doen. Rol het bord op met de getekende kant naar buiten, dus met de speelkant aan de buitenzijde van de rol. Papier onthoudt de bocht waarin het gelegen heeft, en als de speelkant aan de buitenkant zat, krult het bij het uitrollen naar beneden toe en legt het zichzelf plat tegen de tafel aan. Rol je andersom op, dan krult het bij het uitrollen juist omhoog en klapt het telkens weer dicht over je pionnen heen.
Tegen het laatste beetje krul helpt een simpele ingreep: plak aan de bovenkant en de onderkant van het bord iets rechts en stijfs vast over de volle breedte. Een dunne houten lat van zeventig centimeter is ideaal, maar twee rietjes naast elkaar of een opgerolde strook karton werken ook. Zet ze vast met een paar stroken plakband, niet met lijm, zodat je ze later kunt vervangen. Het gewicht houdt de uiteinden tegen het tafelblad en je rolt het bord daarna op rond de onderste lat, wat ook nog eens netter oprolt dan papier zonder kern.
Bewaar de rol staand in een hoek of liggend op een kast, met een elastiek eromheen dat je niet te strak zet. Een te strak elastiek drukt een kreukel in de buitenste laag, en dat is precies de vouwlijn die je wilde vermijden.
3 november 2026 · 5 minuten lezen
Hoe je van een paar platen karton vijftig gelijke kaartjes van zes bij negen centimeter snijdt, en welke drie spellen je er meteen mee speelt.
29 september 2026 · 5 minuten lezen
Van een sok, een restje stof of een oude spijkerbroekspijp maak je in een half uur werpzakjes die blijven liggen waar ze landen. Met twee spelvormen om meteen te beginnen.
22 september 2026 · 5 minuten lezen
Van restjes inpakpapier en tijdschriften maak je in een half uur een slinger. Vouw de vlaggetjes over het touw en niet eraan, en laat het sjabloon in de lade.
15 september 2026 · 5 minuten lezen
Zo maak je van een schoenendoos een schatkist met een bol deksel, een touwsluiting en een slotje. Het scharnier zit aan de binnenkant, en dat is het belangrijkste deel.
8 september 2026 · 5 minuten lezen
Hoe je met een touwtje en een groot vel papier een ganzenbord van vijfendertig vakjes maakt, en waarom de kinderen de bijzondere vakjes moeten bedenken.
1 september 2026 · 5 minuten lezen
Een zelfgemaakte dobbelsteen is bijna altijd scheef. Met een kruismodel van zes vierkanten van drie centimeter en zestig testworpen kom je een heel eind.
29 augustus 2026 · 5 minuten lezen
Een memoryspel van eigen foto's maak je op één avond. Acht paren is genoeg, zes bij zes centimeter is de goede maat en de achterkanten moeten identiek zijn.
29 augustus 2026 · 5 minuten lezen
Op een regendag is er zelden niets te doen. Het probleem is dat jij moet kiezen op het moment dat je geen ruimte hebt. Dat los je van tevoren op.
29 augustus 2026 · 6 minuten lezen
Een piratenmiddag van ongeveer twee uur voor kinderen van vier tot acht, met tijden per onderdeel en een schatzoektocht als hoogtepunt.