Blog

Een slinger van oud inpakpapier die scheef mag zijn

Van restjes inpakpapier en tijdschriften maak je in een half uur een slinger. Vouw de vlaggetjes over het touw en niet eraan, en laat het sjabloon in de lade.

· 5 minuten lezen · door Serge Lafort

Een slinger is een van de weinige versieringen die je echt van restjes kunt maken. Oud inpakpapier dat je na een verjaardag hebt gladgestreken, tijdschriften die toch bij het oud papier gaan, de onderkant van een tekenblok waar nog vier lege vellen in zitten: dat is genoeg. Je hebt verder alleen een rol touw of dik garen nodig, een schaar en een nietmachine. Geen lijm, geen tape, geen plakband op de rol. Waarom niet, daar komen we op.

De maat van een vlaggetje

Begin met een maat, want zonder maat wordt elk vlaggetje anders van formaat en dan hangt de slinger ongelijk. Ongeveer vijftien centimeter breed en twintig centimeter hoog werkt goed. Dat is groot genoeg om vanaf de andere kant van de kamer te zien welke kleur er hangt, en klein genoeg dat je uit een A4'tje al bijna twee vlaggetjes haalt. Bij inpakpapier meet je gewoon een rechthoek van vijftien bij twintig af en knip je die los. Van tijdschriftpagina's krijg je iets kleinere vlaggetjes, dat is niet erg zolang de breedte een beetje klopt.

Die twintig centimeter hoogte is inclusief de vouw. Je vouwt namelijk straks een strook van twee of drie centimeter over het touw heen, dus wat je uiteindelijk ziet hangen is ongeveer zeventien centimeter. Wil je een puntvorm, dan knip je van de onderrand twee schuine hoeken weg. Een rechte onderkant mag ook en kost minder werk. Wij vinden de puntvorm iets feestelijker, maar het verschil is kleiner dan je denkt als er dertig vlaggetjes naast elkaar hangen.

Laat de kinderen knippen, zonder sjabloon

Hier nemen we een duidelijk standpunt in: knip geen sjabloon en trek geen lijnen voor. Je bent dan een half uur bezig met karton, een lat en een potlood, en het eindresultaat wordt er niet leuker van. Geef in plaats daarvan één vlaggetje dat je zelf hebt geknipt als voorbeeld en zeg: ongeveer zo groot. Kinderen van vier of vijf knippen dan hoeken die niet kloppen, randen die golven en punten die naar één kant hangen. Precies dat maakt een slinger levendig. Een rij volmaakt identieke driehoeken ziet eruit als iets uit een pak; een rij scheve driehoeken ziet eruit als iets wat iemand gemaakt heeft.

Het praktische voordeel is minstens zo belangrijk. Een kind dat vrij mag knippen begint meteen en houdt het langer vol, omdat er niets fout kan gaan. Een kind dat langs een voorgetrokken lijn moet knippen, wijkt af en vraagt of het zo goed is. Dat is het verschil tussen een half uur samen knippen en een half uur toezicht houden. Wie graag rechte randen wil, kan het beste zelf meeknippen aan de andere kant van de tafel, dan komen er van allebei genoeg.

Eerlijk toegeven: helemaal zonder afspraak gaat het niet. Zeg één ding vooraf, namelijk dat een vlaggetje niet kleiner mag worden dan je hand. Anders krijg je een berg confetti en tien vlaggetjes.

Over het touw vouwen en vastnieten

Leg het touw gestrekt over de tafel en hang de vlaggetjes er niet aan, maar vouw ze eromheen. Je slaat de bovenrand van het papier over het touw heen, ongeveer twee tot drie centimeter, en zet daar een nietje door. Twee nietjes per vlaggetje, links en rechts van het touw, is nog steviger, maar één in het midden houdt het ook prima.

Plakken raden we af, en daar is een simpele reden voor. Een vlaggetje dat met een plakstrip aan het touw hangt, hangt aan één punt en draait om zijn as. Binnen een uur kijk je naar de achterkant van de helft van je slinger, en bij tijdschriftpapier is de achterkant vaak een advertentie. Een vlaggetje dat over het touw gevouwen is, klemt het touw en blijft staan waar je het hebt neergelegd. Bovendien laat lijm op glanzend inpakpapier vroeg of laat los, juist op de plek waar alle gewicht hangt.

Tien centimeter ertussen en langer dan je denkt

Houd tussen de vlaggetjes ongeveer tien centimeter aan. Dichter op elkaar en de slinger wordt een dikke papieren band waarin je de losse vormen niet meer ziet; verder uit elkaar en het geheel wordt mager. Je hoeft niet te meten, een gespreide kinderhand is ongeveer tien centimeter.

En maak de slinger langer dan je nodig denkt te hebben. Een touw dat precies de breedte van je kamer meet, hangt strak en breekt bij het eerste kind dat eraan trekt. Neem minstens een kwart extra. Meet je twee meter tussen de twee haken, knip dan twee meter vijftig af en laat hem doorhangen. Die doorhang hoort erbij, hij maakt dat de slinger beweegt als er iemand langsloopt. Laat aan beide uiteinden ook een halve meter kaal touw zitten om te knopen; niets is zo jammer als een slinger die twintig centimeter te kort is omdat je tot de rand vlaggetjes hebt geniet.

Opbergen om een stuk karton

Een slinger gaat jaren mee als je hem niet in een zak propt. In een zak kreukelt het papier, de nietjes haken in elkaar en volgend jaar haal je er een klit uit die je niet meer loskrijgt. Wikkel hem in plaats daarvan om een stuk stevig karton, bijvoorbeeld de zijkant van een doos, ongeveer dertig bij veertig centimeter. Je legt het begin van het touw tegen het karton, wikkelt rond met de vlaggetjes netjes op elkaar, en steekt het uiteinde onder een van de lagen. Zo blijft alles plat en kun je hem zonder strijken weer ophangen.

Zet met potlood op het karton hoe lang de slinger is. Dat klinkt overdreven, maar het scheelt je volgende keer het meet- en knipgepriegel: je weet meteen of hij tussen de deurposten past of dat je er een tweede bij moet maken.

Verder lezen

Alle stukken