Dieren bingo
Koeien, olifanten en een egel die in beeld klapt. Dieren bingo is de rustige versie voor kinderen die net kunnen kijken en aanwijzen.
Trekker, betonmolen, brandweerauto. Bij deze bingo hoort geluid, want de meeste kinderen maken het er zelf bij zodra het plaatje openklapt.
Er zijn kinderen die op de achterbank elke vrachtwagen benoemen. Die bij een bouwput blijven staan tot de kraan een keer draait. Voor hen is deze set gemaakt. Veertig voertuigen, van de trekker met de giertank tot de betonmixer, de sleepboot en het vliegtuig dat net landt. Aan het begin liggen ze allemaal open op het scherm, zodat je kind eerst rustig kan kijken wat er in de pot zit.
Eén klik draait alle plaatjes om en dan begint het draaien. Het lichtje loopt over de vakjes, wordt langzamer, en er klapt één voertuig open. Groot, met de naam eronder. In de praktijk volgt daar meteen een sirene of een motorgeluid op, gemaakt door iemand van vier. Daar zit niets aan te doen.
De generator maakt de kaarten, jij drukt op printen. Twee 4x4-kaarten per A4, zo veel als je nodig hebt. Voor een groep van twintig zijn dat tien vellen. Op elke kaart staat een kaartnummer en daarboven een reeksnummer, dus als de rondes goed lopen en je wil er volgende week nog een keer mee spelen, print je exact dezelfde stapel opnieuw.
Roept iemand bingo terwijl je twijfelt, dan loop je met de controlefunctie na wat er gedraaid is. Geen ruzie, wel duidelijkheid. En werkt de brandweerauto van thuis beter dan die in de set, dan zet je er een eigen foto bij. Ook de tractor van opa mag erin. Dat kost je twee minuten.
Ja, de trekker hoort erbij, met een aanhanger, een maaier en een hakselaar. Daarnaast zitten er bouwvoertuigen, hulpdiensten, boten en vliegtuigen in de set. Veertig plaatjes in totaal, elk met de naam eronder.
Als je tv een browser heeft, open je de bingo daar direct. Anders sluit je een laptop aan of stream je het beeld vanaf een tablet. Alles wat een browser heeft, kan het spel laten draaien.
Met een 4x4-kaart ben je meestal tussen de tien en vijftien minuten bezig. Wil je het korter houden, spreek dan af dat één rij vol al bingo is. Voor een feestje doe je zo drie rondes achter elkaar.
Dat kan. Je zet je eigen plaatjes bij de set, bijvoorbeeld de vuilniswagen die elke week langskomt of de bus waarmee je naar school gaat. Ze draaien daarna gewoon mee in de molen en komen op de kaarten terug.
Koeien, olifanten en een egel die in beeld klapt. Dieren bingo is de rustige versie voor kinderen die net kunnen kijken en aanwijzen.
Na het eten schuift iedereen aan, van opa tot de kleinste. Eén klik en de molen draait, en de tafel wordt stil bij het lichtje dat over de vakjes loopt.
De bingomolen met jouw plaatjes erin. Foto's van de klas, de speelgoedkist of een thema dat je zelf verzint, en daar horen kaarten bij die je zelf print.