Dieren bingo
Koeien, olifanten en een egel die in beeld klapt. Dieren bingo is de rustige versie voor kinderen die net kunnen kijken en aanwijzen.
Tien dino's van T-rex tot Parasaurolophus, en daarnaast alles wat een dinojager nodig heeft: fossielen, een vulkaan, amber met een insect erin en een bord met 'pas op voor T-rex'.
De set begint met tien dino's, allemaal met hun echte naam eronder: T-rex, Triceratops, Stegosaurus, Brachiosaurus, Velociraptor, Spinosaurus, Ankylosaurus, Diplodocus, Parasaurolophus en een Pterosaurus die eigenlijk geen dino is maar er wel bij hoort. Daarna komt alles wat je van een dino terugvindt: een ei, een nest, een ei dat net uitkomt, een voetspoor in de klei, een bot, een schedel en een compleet skelet.
Het derde deel gaat over de wereld waarin ze leefden — een vulkaan, een meteoriet, varens, een palmboom, een waterpoel — en het laatste deel over de mensen die ze opgraven: een paleontoloog met zijn houweel, een troffel, een kwast, een loep en een terreinwagen. Het bord met "pas op voor T-rex" is meestal de favoriet.
Aan het begin liggen alle veertig plaatjes open op het scherm. Eén klik draait ze om, en daarna loopt bij elke draai een lichtje over de vakjes tot er één plaatje groot openklapt met de naam eronder. Wie nog niet leest doet gewoon mee, want het plaatje doet het werk.
De kaarten print je zelf: twee 4x4-kaarten op één A4. Of laat iedereen meespelen op zijn eigen telefoon via de QR-code op het scherm; elke telefoon krijgt een andere kaart.
Vanaf ongeveer drie jaar, want lezen is niet nodig. Vanaf een jaar of zes wordt het extra leuk, want dan gaan kinderen de namen zelf uitspreken en onthouden.
Ja, elke dino heeft zijn eigen naam onder het plaatje: geen 'grote dino' maar Brachiosaurus. Dat is precies het stukje leren dat er ongemerkt bij zit.
Ja. Je kunt eigen foto's of tekeningen bij de set zetten, bijvoorbeeld de dino's uit de speelgoedkist. Wil je een set helemaal zelf opbouwen, dan is Maak je eigen bingo daarvoor bedoeld.
Zoveel als je kaarten print, of zoveel telefoons als er zijn. Voor een klas van dertig print je vijftien vellen.
Koeien, olifanten en een egel die in beeld klapt. Dieren bingo is de rustige versie voor kinderen die net kunnen kijken en aanwijzen.
Negen eenhoorns in negen kleuren, en daar tussendoor een regenboog, een wensput, een toverspiegel en een suikerspin. Zachte tekeningen in waterverf, voor het feestje waar alles glinstert.
Na het eten schuift iedereen aan, van opa tot de kleinste. Eén klik en de molen draait, en de tafel wordt stil bij het lichtje dat over de vakjes loopt.